Waarom bosmieren "zonnen"?
Bosmieren zijn in staat om vroeg in het voorjaar al gebruik te maken van de nog zwakke zonnestraling.
Dit doen ze door letterlijk te ‘zonnen’. Daartoe verzamelen werksters zich massaal op het nestoppervlak en laten zich door de zon opwarmen.
Dit doen ze door letterlijk te ‘zonnen’. Daartoe verzamelen werksters zich massaal op het nestoppervlak en laten zich door de zon opwarmen.

Het nest op 25°C krijgen
Vervolgens gaan ze naar binnen en geven in het nest de warmte weer af. Dit steeds weer herhaalde proces veroorzaakt in het nest een geringe temperatuursverhoging, maar deze is voldoende om de stofwisselingsactiviteit van microorganismen op gang te brengen (met het nestmateriaal als voedingssubstraat) waardoor ze de temperatuur in het nest op ongeveer 25°C krijgen en houden. (Coenen-Stass et al. 1980, Horstmann 1983).
[...]
De theorie van het droogstomen
De theorie is, dat bosmieren die in dikke kluiten van tien- tot honderdduizenden mieren tegelijk bij elkaar zitten, in het zonnetje, dit doen om het nest op te warmen (o.a. Otto 2005).
Maar waarom zien we die dikke kluiten ook als de zon niet schijnt?
De theorie gaat verder door te stellen dat die warmte nodig is om het nest droog te stomen en op te warmen (o.a. Zahn 1958, Otto 2005).
Maar, waarom zouden de bosmieren uit de winterverblijven hun winterverblijven droogstomen als ze later toch naar hun koepelnest verhuizen?
Er moet dus een andere verklaring zijn voor het zogenaamde zonnen. Mogelijk heeft het iets te maken met ultraviolet licht, waarvan bekend is dat het virussen inactief maakt.
Bronnen:

